Mijn Modelspoorbaan: Lenz Digital plus

Centrale LZV200

Dit is de centrale van het Lenz systeem met ingebouwde versterker.
Deze centrale is op mijn modelbaan de opvolger van de combinatie LZ100/LV100 en aansluitend de LZV100.
 
Ik heb de LZV200 in september 2019 aangeschaft maar pas in maart 2020 kon deze definitief in gebruik worden genomen.
Het was ongeloofljk frustrerend om te ervaren hoeveel moeite en tijd nodig waren om alle problemen rondom de LZV200 op te lossen.
En het heeft heeft mij veel extra geld gekost.
Het artikel dat ik daarover heb samengesteld is nog steeds beschikbaar, klik daarvoor op deze link of op het plaatje hiernaast.
 
Ik kan gelukkig melden dat de LZV200 na de definitieve ingebruikname in maart 2020 zonder problemen functioneert!
 
 
 
 
In onderstaand artikel staat een overzicht van de aansluitmogelijkheden van de LZV200.
Dit overzicht zal zeker niet compleet zijn en voor meer details verwijs ik naar de handleiding die Lenz meelevert met de LZV200 en die ook online via de website van Lenz kan worden gedownload.
 
 
 
De LZV200 samen met de handregelaar LH101

 
 

Overzicht van de aansluitmogelijkheden op de achterzijde van de LZV200.
Hier zijn onder andere 4 afneembare klemmenblokken beschikbaar plus een 5-polige DIN-bus voor aansluiting van een XpressNet-compatibel randapparaat.

 
 
 

Klemmenblok CDE
De 3 aansluitingen op klemmenblok CDE zijn bedoeld voor aansluiting op extra versterkers (LV103). Ze worden verbonden met de gelijknamige klemmenblok op de versterker.
Op de klemmen C en D staat de digitale informatie die door de versterker op de rails wordt gezet (C=Data, D=Ground). Er moet een getwiste kabel worden gebruikt voor de aansluiting van de klemmen C en D.
Aansluiting E is de kortsluit-terugmeldlijn van de versterker naar de centrale. Het is zeker zinvol om deze aan te sluiten, want de centrale kan zo een kortsluit-toestand aan alle randapparaten melden, ook aan een PC via een LI interface.
 
Aansluiting E kan ook benut worden om zelf een kortsluitmelding door te geven aan de centrale via een drukschakelaar. Wanneer bij dreigend gevaar op de modelbaan de drukknop wordt ingedrukt, dan zorgt de centrale ervoor dat de baanspanning wordt afgeschakeld. De drukschakelaar wordt aangesloten tussen de klemmen E en M (klem M is een Massa-aansluiting, dat is 0 Volt van de voeding in de centrale). Meedere drukschakelaars kunnen parallel aangesloten worden via een 2-aderige kabel (deze hoeft niet getwist te zijn).

 
 
Klemmenblok LMAB en DIN-bus: XpressNet
De 4 aansluitingen op klemmenblok LMAB en op de 5-polige DIN-bus bevatten de signalen van de XpressNet-bus. Lenz noemde deze bus vroeger XBUS. De XpressNet-bus is in het Lenz-systeem het communicatiekanaal tussen de Lenz-centrale en alle randapparaten. Er kunnen maximaal 31 apparaten worden aangesloten op XpressNet.
Via de signalen M en L kunnen randapparaten ook voedingsspanning afnemen. De signalen A en B vormen samen de bidirectionele RS-485 databus. 
Op de DIN-bus XpressNet staan zoals gezegd dezelfde signalen ter beschikking. Hierop kan bijvoorbeeld de Lenz handregelaar LH100 handig worden aangesloten.
Desgewenst kunnen langs de baan meerdere DIN-bus aansluitingen worden gemaakt. Lenz levert daarvoor een printplaatje met DIN-bus en 2 klemmenblokken LMAB. Maar zo'n printplaatje kan ook gemakkelijk zelf gemaakt worden. 
In onderstaande tabel staan de aansluitingen van de draden LMAB op de DIN-bus. Het plaatje met de DIN-bus ernaast staat weergegeven met het aanzicht op de soldeerzijde.


 
Signaalnaam Pennummer op
de DIN-bus
L   (Voeding, + 12 Volt) pen 1
M   (Voeding, 0 Volt) pen 3
A   (RS485, signaal A) pen 4
B   (RS485, signaal B) pen 5

De DIN-bussen worden aangesloten met 2 stuks getwiste (2-aderige) kabels op de klemmenblok LMAB van de centrale LZ-100. De ene kabel wordt aangesloten op de signalen L en M en de andere op de signalen A en B.
De signalen moeten correct worden aangesloten.
Zorg er met name voor om L en M op de juiste manier aan te sluiten; hierop staat namelijk 12 Volt voedingsspanning en randapparaten kunnen er niet tegen om de voedingsspanning verkeerd om aangeboden te krijgen. Verwisseling van de signalen A en B heeft geen catastrofale gevolgen: de aangesloten randapparaten kunnen dan simpelweg niet communiceren met de centrale.
Sluit meerdere DIN-bussen altijd in serie aan.
Dat houdt in dat vanaf de centrale maar 1 kabelbundel LMAB loopt naar de eerste DIN-bus. Vanaf die DIN-bus loopt de kabelbundel verder naar de tweede DIN-bus, enz. Er mogen dus nooit aftakkingen gemaakt worden. De totale toegestane lengte van de kabelbundel mag volgens Lenz 100 meter bedragen. 
Op het einde van de kabelbundel (dus bij de laatste aangesloten DIN-bus) moet een weerstand van 120 Ohm (1/4 W) over de signalen A en B worden aangesloten.
De benodigde weerstand wordt door Lenz meegeleverd bij een beginset.
 
 
Klemmenblok RSPQ
De klemmen P en Q bevatten de railspanning voor het programmeren van locdecoders en schakel- en terugmeldmodules.
De PQ-lijnen kunnen worden aangesloten op een apart stukje rail, waarop de te programmeren locs kunnen worden geplaatst.
Het is natuurlijk ook mogelijk om de PQ-lijnen via een dubbelpolige wisselschakelaar op een opstelspoor op de modelbaan aan te sluiten, waarbij m.b.v. de schakelaar de normale baanspanning JK of de programmeer-aansluitigen PQ op de railstaven van het opstelspoor kan worden gezet. Zorg er wel voor dat de beide railstaven van het opstelspoor zijn ge´soleerd van de rest van de modelbaan. Nog mooier is een automatische omschakeling van railspanning naar programmeerspanning op een ge´soleerd railtraject. Klik hier voor een beschrijving van zo'n omschakelaar.
 
De klemmen RS bevatten de aansluitingen van de terugmeldbus van Lenz. Een aantal schakeldecoders en terugmeldeenheden van Lenz (bijv. LS100 en LR-101) moet worden aangesloten op deze RS-klemmen om terugmeldingen van wisselstanden of treinbezetmelders aan de centrale te kunnen doorgeven. 
BELANGRIJK: Gebruik ALTIJD een eenkelvoudige 2-aderige getwiste kabel om aansluitingen te maken op de RS-klemmen en gebruik vooral geen gecombineerde meer-aderige kabel om zowel de RS-lijnen als de JK-lijnen aan te sluiten
De totale lengte van de RS-kabel en het aantal aftakkingen is niet kritisch.
Een getwiste kabel kan makkelijk zelf gemaakt worden door 2 schakeldraden in elkaar te draaien (bijv. met behulp van een mini-boormachine). Gebruik 2 draden met verschillende kleuren, dat vergemakkelijkt het aansluiten van R op R en S op S.
 
 
Klemmenblok UVJK
Op de klemmen U en V wordt de voedingsspanning voor de LZV200 aangesloten.
Gebruik hiervoor een wisselspanning vanaf een transformator van 14 tot 19 Volt ˛f een gelijkspanning van 14 tot 27 Volt. Sluit de voedingsspanning met voldoende dik draad (bijvoorbeeld tweelingsnoer) aan op de klemmen UV.
Voor een H0-modelbaan voldoet een trafo met een wisselspanning van 15 Volt en een vermogen van 80 VA goed. Lenz levert zo'n trafo onder artikelnummer TR150.
Lenz raadt aan om de keuze van de voedingsspanning af te stemmen op de gewenste uitgangsspanning JK op de rails zodat de versterker in de LZV200 niet te snel opwarmt en daardoor afschakelt. Standaard is de uitgangsspanning JK op de rails ingesteld op 16 Volt. De transformator TR150 van Lenz is hier mooi op afgestemd.
Ik gebruik een ringkerntrafo 2x15V/120VA als voeding voor de LZV200.
 
Er is nog een aparte connector UV beschikbaar op de LZV200 voor een voedingsadaptor. Die kan worden aangesloten wanneer een voedingsadaptor (AC of DC) met voldoende vermogen beschikbaar is. Er mag nooit meer dan ÚÚn voeding aangesloten zijn: op de klemmenblokken UV ˛f de connector UV.
 

Op de klemmen J en K staan de beide railaansluitingen.
Verbind die met voldoende dik draad (bijvoorbeeld tweelingsnoer) met de rails.
Ik heb onder mijn baan een ringleiding van tweelingsnoer gelegd die op één plaats is verbonden met de aansluitingen JK van de LV-100. Op veel punten heb ik een deel van de isolatie rondom de ringleiding-draden weggehaald, zodat hierop gemakkelijk draden gesoldeerd kunnen worden die worden verbonden met de rails. 
Het is beslist aan te raden om op meerdere lokaties de rails te verbinden met de JK-ringleiding.
Bedenk ook dat bij 'zelf denkende'  wissels, bijv. die van Fleischmann, de spanning op de aftakkende sporen via een simpele (verwijderbare) draadbrug wordt doorgegeven. Dit blijkt in de praktijk nogal onbetrouwbaar te zijn en is bij digitaal bedrijf zeer ongewenst, dus ik heb in de buurt van wissels extra verbindingen gemaakt tussen de rails en de JK-ringleiding.
 
 
 
USB-aansluiting USB
Deze aansluiting verbindt de ingebouwde PC-interface in de LZV200 met een PC via een standaard USB-kabel.
Bij een grotere afstand tussen de LZV200 en de PC kan een lange actieve USB-kabel worden gebruikt. Ik heb om de ingebouwde PC-interface te kunnen testen een lange USB-kabel van 10 meter aangeschaft, gezien de afstand tussen de LZV200 en de PC. Ik heb een actieve USB-kabel gekocht (merk Delock, typenummer 82446), dus met ingebouwde signaalversterker, om problemen vanwege de grote lengte te voorkomen.
Na aankoppelen van de USB-kabel tussen de PC en de LZV200 blijkt de interface in de LZV200 herkend te worden, de driver wordt automatisch ge´nstalleerd en de PC-interface vanuit de LZV200 komt op de PC beschikbaar via poort COM8.
Volgens Lenz komen de specificaties van de ingebouwde PC-interface overeen met die van de Lenz USB-Interface 23150 en de LAN/USB-Interface 23151. Ik heb helaas met testwerk geconstateerd dat de interface niet gebruikt kan worden samen met programma Koploper.
Ik kan deze interface daarom niet gebruiken.
 
 
 
USB-aansluiting Update
Deze aansluiting is uitsluitend bedoeld om middels een Lenz update-stick de firmware in de LZV200 opnieuw te laden. Dat kan met de oorspronkelijke software of met nieuwe aangepaste software. Firma Lenz zal mogelijk geld vragen voor nieuwe firmware. Maar het is zeker een voordeel dat de LZV200 niet meer opgestuurd hoeft te worden naar Lenz.

De aansluiting kan dus niet worden gebruikt voor andere doeleinden!
 
 
 
De LED's op de voorzijde van de LZV200
De bovenste LED-balk bestaat uit een rode, groen en gele LED.

  • De rode LED is aan wanneer de LZV200 is aangeschakeld (voorzien is van voedingsspanning)
  • De groene LED is aan wanneer de USB-aansluiting van de ingebouwde PC-interface is verbonden met een PC
  • De gele LED geeft dataverkeer via deze interface aan
 
De onderste LED-balk bestaat uit alleen rode LED's.
  • Als de LED continu is aangeschakeld is alles ok
  • Als de LED langzaam knippert dan is er een kortsluiting op de modelbaan, of de spanning op de rails werd afgeschakeld
  • Als de LED snel knippert is er sprake van een kortsluiting op de modelbaan of oververhitting van de versterker in de LZV200
  • Als er sprake is van een "Doppelblitz" worden specifieke instellingen van de LZV200 aangepast via PoM
 
 


Website gertvanvoorst.nl - © Gert van Voorst - Gewijzigd op 9-4-2021.