Mijn Modelspoorbaan: locdecoders
Inleiding | NEM connector | Inbouw | Programmeren | CV-registers | Decoders van andere fabrikanten


 

Inleiding

Lenz levert diverse types locdecoders.
Ik gebruik bij voorkeur decoders met motorregeling ("cruise control"), dat wil zeggen dat de motor afhankelijk van de belasting wordt aangestuurd. Met zo'n decoder uitgerust rijden loc's probleemloos en met constante snelheid door scherpe bochten, op hellingen en bij extreem lage snelheden.
Lenz levert ook decoders met "silent drive". Deze decoders gebruiken een hoogfrequente motorsturing met als gevolg dat de aandrijving fluisterstil is.
 
Recente decoders van Lenz: de Silver-serie en de Gold-serie.
Ik gebruik alleen Silver-decoders (Gold-serie decoders zijn uitgerust met enkele geavanceerde functies die ik niet gebruik).
De Silver-decoder wordt geleverd in verschillende uitvoeringen, zie onderstaande tabel.
 

Overzicht Silver-decoders van Lenz
Naam
 
Art.
nummer
motor
regeling
silent
drive
NEM
steker
overige
specificaties
Silver mini 10310 ja ja nee, kabel Afmetingen: 11x9x2,6 mm
Motorstroom: 500 mA
Max. Motorstroom: 800 mA
2 Functie-uitgangen: 100 mA
Silver mini 10311 ja ja ja, NEM651-steker Afmetingen: 11x9x2,6 mm
Motorstroom: 500 mA
Max. Motorstroom: 800 mA
2 Functie-uitgangen: 100 mA
Silver direct 10330 ja ja ja, NEM652-steker op de print! Afmetingen: 18x13x4,5 mm
Motorstroom: 1 A
Max. Motorstroom: 1,8 A
4 Functie-uitgangen: 100 mA
Silver 10331 ja ja ja, NEM652-steker Afmetingen: 23x16,6x3,5 mm
Motorstroom: 1 A
Max. Motorstroom: 1,8 A
4 Functie-uitgangen: 100 mA

 
Overzicht van oude Lenz decoders
Nieuw
nummer
Oud
nummer
motor
regeling
silent
drive
NEM
steker
overige
specificaties
LE1014A LE103XF nee ja nee Afmetingen: 31,5x16,0x3,8 mm
Totaalstroom: 1 A
Max. Motorstroom: 900 mA
Uitgangen A en B:150 mA
Uitgang C: 500 mA
Uitgang D: 150 mA
LE1014E LE104XF nee ja ja Afmetingen: 31,5x16,0x3,8 mm
Totaalstroom: 1 A
Max. Motorstroom: 900 mA
Uitgangen A en B:150 mA
Uitgang C: 500 mA
Uitgang D: 150 mA
LE1024A -- ja nee nee Afmetingen: 31,5x16,0x3,8 mm
Totaalstroom: 1 A
Max. Motorstroom: 1 A
Uitgangen A en B:150 mA
Uitgang C: 500 mA
Uitgang D: 150 mA
LE1024E -- ja nee ja Afmetingen: 31,5x16,0x3,8 mm
Totaalstroom: 1 A
Max. Motorstroom: 1 A
Uitgangen A en B:150 mA
Uitgang C: 500 mA
Uitgang D: 150 mA
LE1025A LE130XF ja nee nee Afmetingen: 22,5x16,2x5,3 mm
Totaalstroom: 1 A
Max. Motorstroom: 1 A
Uitgangen A en B:150 mA
Uitgang C: 500 mA
Uitgang D: 150 mA
LE1025E LE131XF ja nee ja Afmetingen: 22,5x16,2x5,3 mm
Totaalstroom: 1 A
Max. Motorstroom: 1 A
Uitgangen A en B:150 mA
Uitgang C: 500 mA
Uitgang D: 150 mA
LE1035A -- ja ja nee Afmetingen: 22,5x16,2x5,3 mm
Totaalstroom: 1 A
Max. Motorstroom: 1 A
Uitgangen A en B:150 mA
Uitgang C: 500 mA
Uitgang D: 150 mA
LE1035E -- ja ja ja Afmetingen: 22,5x16,2x5,3 mm
Totaalstroom: 1 A
Max. Motorstroom: 1 A
Uitgangen A en B:150 mA
Uitgang C: 500 mA
Uitgang D: 150 mA


Voor alle in bovenstaande tabel vermelde decoders geldt: 4 functie-uitgangen (A, B, C en D), aantal motorstappen 14 / 27 / 28 / 128, Adressenbereik: 1-9999. De frontverlichting (functie-uitgangen A en B) is dimbaar. Diverse verlichtingseffecten instelbaar (Marslight, Gyrolight, Strobe, Double strobe). Functie-uitgangen C en D te mappen op F1 t/m F8. Diverse effecten instelbaar (Knipperen en Ditchlight).


 
 
 

NEM connector

Veel moderne locomotieven en treinstellen zijn digitaal voorbereid. Dergelijke loc's hebben dan een ingebouwde NEM-aansluitbus waarin de NEM-connector aan een locdecoder simpel kan worden ingeplugd. Dat maakt inbouw wel erg eenvoudig !
Er zijn 2 typen NEM connectors: een 8-polige (met 2 rijen van 4 pennen) en een 6-polige (met 6 pennen op 1 rij). Zie onderstaande figuren. De vorm van de connector kan afwijken van de hier getoonde. De volgorde van de kleuren van de aansluitdraden in relatie tot de positie van pen 1 is altijd zoals hier getekend. Overigens kan het zijn dat bij 8-polige connectors de groene draad ontbreekt: de betreffende decoder heeft in dat geval geen extra functie-uitgangen.
Op de NEM aansluitbus in een digitaal voorbereide locomotief geeft een markering altijd de positie van pen 1 van de digitale connector van de locdecoder aan. Overigens heeft een verkeerde plaatsing geen catastrofale gevolgen: de penbezetting is zo gekozen dat bij verkeerde aansluiting de locdecoder niet defect raakt. De loc zal echter niet correct functioneren.
Sommige locomotieven van Mrklin en Trix zijn af fabriek uitgerust met een 21-polige connector. Uiteraard zijn passende locdecoders verkrijgbaar. Lenz levert de Silver decoder ook met 21-polige connector.


 

Interfaces voor locdecoders

De volgende informatie staat op de Duits-talige website www.opendcc.de.

NEM651 (6-polig)

SignaalKleurPin
Motor rechtsoranje1
Motor linksgrijs2
Rail rechts rood3
Rail linkszwart4
Licht voorwit5
Licht achtergeel6

Opmerkingen
- De aansluitingen voor de verlichting kunnen geschakeld worden naar de linker rail-aansluiting (zwart). Een gemeenschappelijke plus-aansluiting (normaal blauwe kleur) is niet aanwezig, kan eventueel worden afgenomen van de gelijkrichter op de decoder.
- Connectorpennen: rond of rechthoekig op een onderlinge afstand van 1,27 mm (1/20 inch).

 

NEM652 (8-polig)

SignaalKleurPin PinKleurSignaal
Motor rechtsoranje18roodRail rechts
Licht achtergeel27blauwPlus (acc.)
F1 of opengroen36witLicht voor
Rail linkszwart45grijsMotor links

Opmerkingen
- Connectorpennen: rond op een onderlinge afstand van 2,54 mm (1/10 inch).

 

21 polige connector (geen norm, MTX)

Signaal Kleur Pin Kleur Signaal
Hall Sensor 1 - 1 22 rood Rail rechts (+)
Hall Sensor 2 - 2 21 zwart Rail links (-)
Hall Sensor 3 - 3 20 sw-ws Decoder GND
F4 (Aux) - 4 19 grijs Motor links (-) (of Fase 1)
TB Clock - 5 18 oranje Motor rechts (+) (of Fase 2)
TB Data - 6 17 - Motor Fase 3
Licht achter (-) geel 7 16 blauw Acc. Plus, (+)
Licht voor (-) wit 8 15 groen F1
Speaker 1 bruin 9 14 paars F2
Speaker 2 bruin 10 13 - F3
Steker-codering 11 12 - Decoder VCC (3V3 of 5V)
... Decoderprint ...

Opmerkingen
- Pen F4 (Aux) kan niet direct worden gebruikt voor sturing, maar altijd via een versterkertrap.
- Op de print in de locomotief zit een Male connector (pennen), op de decoder een female connector (bussen).

 

PluX22 / PluX16 / PluX8

Signaal Kleur Pin Kleur Signaal
GPIO C - 1 22 - F3 (Aux3)
GPIO B, TB Clock, SUSI - 2 21 - GPIO A, TB Data, SUSI
Decoder GND sw-ws 3 20 blauw CAP (+)
Licht voor (-) wit 4 19 oranje Motor rechts (+)
Common, (+) blauw 5 18 grijs Motor links (-)
Stekercodering > 6 17 rood Rail rechts (+)
Licht achter (-) geel 7 16 zwart Rail links (-)
Speaker 1 bruin 8 15 groen F1 (of Licht voor)
Speaker 2 bruin 9 14 paars F2 (of Licht achter)
F4 - 10 13 - F5
F6 (other) - 11 12 - F7 (other)
...Decoderprint...

Opmerkingen
- De Pennen aan de rechter zijde zijn zo gepositioneerd dat ook een NEM651 decoder kan worden gebruikt.
- Raster: 1,27mm, op de locdecoder zit de Female connector (bussen), op de print in de loc de Male connector (pennen).

 

Functie 2 bij locdecoders

Locdecoders met een 8-polige NEM-steker zijn soms voorzien van 2 functieuitgangen. De tweede functieuitgang is in dat geval uitgevoerd als een losse paarse draad (want in de 8-polige connector is geen plaats om deze draad aan te sluiten). Deze draad moet bij gebruik dus altijd worden gesoldeerd aan de extra functie (bijv. een extra lampje). De tweede aansluiting van de extra functie (het lampje) kan het makkelijkst worden verbonden met het wielcontact, dat is verbonden met de zwarte draad van de decoder.


 

Inbouw

 
WAARSCHUWING
De garantie op modelspoor-artikelen kan komen te vervallen wanneer wijzigingen
worden aangebracht. Klik op het gevarenlogo om meer over dit onderwerp te lezen.
 

Loc's die digitaal zijn voorbereid

Veel moderne locomotieven en treinstellen zijn digitaal voorbereid. Dergelijke loc's hebben een ingebouwde NEM-aansluiting waarin de NEM-connector aan een locdecoder simpel kan worden ingeplugd. Dat maakt inbouw wel erg eenvoudig ! Er moet alleen goed worden gelet op de juiste positie van pen 1 van de NEM connector, zie hiervoor de aanwijzingen in de vorige paragraaf. Meestal is er een locatie in de loc vrijgemaakt waar de decoder kan worden ondergebracht. Isoleer altijd de metalen delen en plaats dan de decoder, bijvoorbeeld met een stukje dubbelzijdig tape, dat meestal met de locdecoder wordt meegeleverd.
De decoder mag nooit geheel in tape worden gewikkeld.
De decoder kan dan namelijk makkelijk oververhitten en zo defect raken.
Opmerking 1: wanneer de locdecoder is uitgevoerd met 2 extra functieuitgangen, dan is de tweede functieuitgang uitgevoerd als een losse paarse draad. Deze draad kan op de ene aansluiting van een extra functie worden aangesloten. De andere aansluiting wordt verbonden met één van de wielcontacten en wel het wielcontact dat via de zwarte draad op de decoder is aangesloten (zie in de tabel voor het pennummer). Vooraf even meten met een weerstandsmeter !
Opmerking 2: wanneer treinmelders worden gebruikt die werken volgens het principe van stroomdetectie en een trein moet in beide richtingen kunnen rijden, dan is het noodzakelijk dat het voorste wielstel (gezien in de rijrichting) stroomafnemers bevat. Lees hier verder.


 

Wat te doen wanneer een loc niet digitaal is voorbereid ?

Dan moet er behoorlijk worden ingegrepen in de bedrading van de betreffende loc.
De aansluitingen van de motor en de verlichting moeten volledig worden losgekoppeld van de wielcontacten (die de stroom vanaf de rails opnemen).
Er zijn loc's waarvan het metalen chassis is verbonden met het huis van de gloeilampjes van de frontverlichting. Het chassis is dan meestal eveneens verbonden met één van de wielcontacten. Het is vaak lastig om de lampjes volledig te isoleren van het chassis en ook niet nodig. Het is mogelijk om de lampjes toch aan te sturen via de decoder.
Bij oude typen Fleischmann loc's is het aansluitschild op de motor ook verbonden met het chassis, waardoor het lastig is om de 2 motor-aansluitingen los te koppelen van het chassis. Toch moet dit gebeuren want de motor-aansluitingen mogen absoluut geen contact maken met de wielcontacten en andere onderdelen van de loc.
 
 
Op onderstaande foto's is te zien op welke wijze het printje op het motorschild van een oud type Fleischmann Sprinter bewerkt moet worden. Op de rechter foto heb ik met gele lijnen aangegeven op welke plaatsen ik het koper op het printplaatje heb weggefreesd (met een klein freeskopje in een miniboormachine). Op deze foto heb ik de aansluitdraden ingekleurd: ze hebben hier de kleuren zoals die bij een decoder worden toegepast. het betreft dus beide motor-aansluitingen (grijs en oranje) en één van de wielcontacten (rood).


 

 

De aanwezige onderdelen voor motorontstoring (condensatoren en smoorspoeltjes) kunnen meestal blijven zitten, tenzij dat in de handleiding van de betreffende loc nadrukkelijk wordt afgeraden. Wanneer echter na inbouw de motor niet goed loopt, of bij lage snelheden alleen goed loopt wanneer de frontverlichting is uitgeschakeld, dan moet de condensator over beide motor-aansluitingen verwijderd worden.
Bedenk dat wanneer de onderdelen worden verwijderd de koolborstels radio- en tv-ontvangst kunnen storen.
Verder moet er ruimte zijn in de loc om de locdecoder onder te brengen. Isoleer altijd de metalen delen waar de decoder wordt geplaatst en plaats dan pas de decoder, bijvoorbeeld met een stukje dubbelzijdig tape, dat meestal met de locdecoder wordt meegeleverd.
De decoder mag nooit geheel in tape worden gewikkeld. De decoder kan dan makkelijk oververhitten en defect raken.
 
 
Deze afbeelding toont op welke wijze een decoder wordt aangesloten op de motor, de wielcontacten, de lampjes voor frontverlichting en eventuele extra lampjes.

 
 

Wielcontacten
De wielcontacten worden normaal als volgt aangesloten: wanneer de loc met de voorzijde vooruit rijdt dan wordt de zwarte draad op de wielcontacten aan de linkerzijde van de loc aangesloten en de rode draad aan de rechterzijde.

Verlichting
De verlichting wordt zo aangesloten: de witte draad wordt aangesloten op het lampje dat zorgt voor de witte frontverlichting aan de voorzijde van de loc en het lampje dat zorgt voor de rode sluitlichten aan de achterzijde van de loc (vaak is er slechts 1 lampje dat zorgt voor de witte frontverlichting en de rode sluitlichten wanneer de loc voorwaarts rijdt). In bovenstaande figuur is dit lampje aangeduid met A.
De gele draad wordt op de andere lampjes aangesloten (witte frontverlichting aan de achterzijde van de loc en rode sluitlichten aan de voorzijde van de loc). In bovenstaande figuur is dit lampje aangeduid met B.

Extra functieuitgangen
Wanneer de locdecoder extra functieuitgangen heeft (in de figuur aangeduid met C en D) dan kunnen die eveneens benut worden om extra lampjes (bijv. een zwaailicht) of andere zaken (bijvoorbeeld een rookgenerator in een stoomloc) aan te sluiten.
Kijk wel bij de specificaties van de locdecoder of de betreffende functieuitgang voldoende stroom kan leveren ! Meestal wordt er ook een maximale stroom opgegeven die op enig moment door de aansluitingen van de motor, verlichting en functies mag lopen.

Gemeenschappelijke aansluiting van lampjes en extra functies
De blauwe draad wordt aangesloten op de gemeenschappelijke aansluiting van alle lampjes en extra functies. Maar wanneer één zijde van de lampjes aan het chassis van de loc ligt dan mag dit niet. Het chassis is dan meestal verbonden met één van de wielcontacten. Let erop dat dit wielcontact aangesloten moet zijn op de zwarte draad van de decoder, ook wanneer dit het wielcontact betreft dat zich aan de rechterzijde van de loc bevindt!! Er gaat niets stuk wanneer de rode draad van de decoder aan het chassis ligt, maar de verlichting en functies werken niet.
Het is overigens geen probleem wanneer de gemeenschappelijke aansluiting van de lampjes met de zwarte draad van de decoder wordt verbonden en de gemeenschappelijke aansluiting van extra functies met de blauwe draad. Bedenk echter dat de zwarte draad nooit mag worden verbonden met de blauwe draad.
Dat geldt overigens voor alle draden van de locdecoder: die mogen nooit rechtstreeks met elkaar worden verbonden vanwege de kans op kortsluiting of anderszins defect raken !!


 
 
 

Extra wielcontacten

Wanneer treinmelders worden gebruikt die werken volgens het principe van stroomdetectie en een trein moet in beide richtingen kunnen rijden, dan is het noodzakelijk dat het voorste wielstel (gezien in de rijrichting) stroomafnemers bevat. Het is namelijk zaak om zodra de trein een blok binnenrijdt (of de melder aan het einde van een blok bereikt) dit onmiddellijk te detecteren.
Loc's hebben meestal stroomafnemers op alle wielen, dus dat is verder geen probleem.
Bij treinstellen is dat helaas niet het geval. Daar kan het nodig zijn om de wielstellen aan de koprijtuigen te voorzien van extra wielcontacten. Ik gebruik hiervoor draden of stripjes van fosforbrons, die ik met 2-componentenlijm vastzet op de meest geschikte plaats.
Het is ook mogelijk om op één wielas een weerstand van 47 kOhm aan te sluiten. Ik gebruik daarvoor een SMD-weerstand. Die lijm ik op de meest geschikte plek (met 10-seconden lijm) en de elektrische verbindingen maak ik met elektrisch geleidende lak.
 
 
Op deze foto is de onderzijde van het wielstel aan de kop-zijde van een DDM-stuurstandrijtuig van Lima zichtbaar. Ik heb hier extra wielcontacten met stripjes fosforbrons aangebracht. Bovendien heb ik een SMD-weerstand van 47 kOhm aangebracht. De weerstand is niet zo goed zichtbaar vanwege de elektrisch geleidenden lak (die was niet zo makkelijk doseerbaar). Bij veel wielassen steekt één uiteinde direct in het metalen wiel terwijl het andere uiteinde in een kunststof bus in het andere wiel zit. Aan deze zijde vijl ik een schuin kantje aan de kunststof bus en lijm hierop de weerstand waarbij één zijde van de weerstand de wielas raakt. De elektrische verbindingen van de weerstand met enerzijds de wielas en anderzijds de zijkant van het wiel maak ik vervolgens met elektrisch geleidende lak.


 
 
 

Programmeren

Locdecoders kunnen worden geprogrammeerd door de loc na inbouw van de decoder aan te sluiten op de programmeeruitgang van de Lenz centrale LZV100. Ik heb de programmeer-uitgang via een omschakelaar aangesloten op een makkelijk toegankelijk opstelspoor. Met de schakelaar wordt de gewone baanspanning f de programmeer-uitgang van de centrale op de railstaven van het opstelspoor gezet.

Ik gebruik de Lenz handregelaar LH100 om een decoder handmatig te programmeren of het programmeer-programma dat Lenz meelevert met de USB-computerinterface.
 
Programmeermodi
Er zijn 3 programmeer-modi: CV-mode, PAGE-mode en REG-mode, waarbij CV-mode het snelste werkt, maar niet bij alle decoders kan worden toegepast. PAGE-mode werkt wel bij vrijwel alle decoders. REG-mode is alleen nodig bij zeer oude locdecoders.
Met een Lenz centrale vanaf versie 3 kunnen de basisfuncties van een locdecoder (uitgebreid adres ADR, optrekvertraging ACC, remvertraging DCC, minimum snelheid STV en de maximum snelheid MAX) makkelijk ingesteld worden door gebruik van de DIR-mode.
In de handleiding van LH-100 staat op welke wijze de verschillende programmeermodi ingesteld kunnen worden en hoe het lezen/schrijven van CV-registers kan worden uitgevoerd.
 
Wijzigen van CV-registers
Let even op het volgende bij het wijzigen van de inhoud van CV-registers.
Wanneer een CV-register is geselecteerd en de actuele inhoud staat op het display van de LH-100, dan kan een nieuwe waarde compleet worden ingetoetst maar eveneens kunnen individuele bits van de CV-inhoud gewijzigd worden.
Bijvoorbeeld: CV29 bevat veel verschillende functies en dan is het makkelijk om de afzonderlijke bits in- of uit te schakelen en vervolgens de gewijzigde waarde te schrijven in het CV-register. In CV1 staat het basisadres. Deze kan het makkelijkst worden gewijzigd door de waarde van het nieuwe adres in te toetsen.
 
Alleen individuele bits wijzigen
Individuele bits kunnen worden ingeschakeld (het bit-nummer wordt dan zichtbaar aan de onderzijde van het display van LH-100) of uitgeschakeld (het bit-nummer is dan NIET zichtbaar aan de onderzijde van het display van LH-100) door op een cijfertoets 1 t/m 8 te drukken. Het meermaals indrukken van dezelfde toets schakelt een bit achterenvolgens in en weer uit. Wanneer alle bits zijn ingesteld, dan kan de ingestelde waarde in het CV-register worden geschreven door indrukken van de Enter-toets.
 
Een nieuwe waarde intoetsen
Een geheel nieuwe waarde kan zo worden ingevoerd:
- druk op de Clear-toets om de waarde op het display te wissen
- toets nu de nieuwe waarde in (met de cijfertoetsen, de kleinste toegestane waarde is 0, de grootste 255)
- druk op de Enter-toets om deze waarde te schrijven in het CV-register
 
Een loc programmeren via de normale baanspanning
Steeds meer locdecoders (zoals de Lenz Silver decoders) kunnen met een Lenz centrale LZV100 vanaf versie 3 ook geprogrammeerd worden via de baanspanning middels POM = Programming on the Main. Het is dan dus niet nodig om de loc op de programmeerrails te plaatsen. Overigens kan op deze wijze nooit de inhoud van een CV-register worden gelezen maar alleen gewijzigd (zeg nooit nooit: het kan wel met Lenz RailCom, maar dat gebruik ik niet). Het is dus verstandig om bij veel wijzigingen de loc toch even op de programmeerrails te plaatsen en te programmeren en kleine wijzigingen nadien via de baanspanning uit te voeren. Een voordeel is dat de wijziging direct wordt geëffectueerd: een wijziging van een functieuitgang (bijvoorbeeld een lichteffect) kan dus direct worden getest. Met Lenz centrale en handregelaar voorzien van firmware vanaf versie 3.6 gaat het programmeren van een register met POM overigens nog veel makkelijker.
De loc waarvan de decoder geprogrammeerd moet worden, wordt eerst opgeroepen met de handregelaar LH100: de centrale moet immers het adres van de decoder kennen. Vervolgens wordt met LH100 POM-mode ingesteld. Nu kan een CV-adres worden gekozen en een nieuwe waarde kan worden ingevoerd of individuele bits kunnen op 0 of 1 worden ingesteld. Zie de handleiding van LH100 voor meer informatie. Let op: het basisadres (in CV1) en het uitgebreide adres (in CV17 en CV18) mag nooit worden gewijzigd in PoM-mode (de centrale kan dan namelijk de decoder niet meer bereiken).
 
Veel gemaakte programmeerfouten

CV-register 29 bevat veel functies en moet de juiste waarde bevatten, afhankelijk van het aantal snelheidsstappen dat bij rijden van de loc wordt gebruikt (en wordt ingesteld met de handregelaar LH100 of in het gebruikte programma waarmee de modelbaan wordt bestuurd).
CV29 bit 2
Bit 2 van CV 29 moet op 0 worden ingesteld wanneer met 14 of met 27 snelheidsstappen wordt gereden.
Bit 2 van CV 29 moet op 1 worden ingesteld wanneer met 28 of met 128 snelheidsstappen wordt gereden.
Wanneer dit fout wordt ingesteld, dan werkt de verlichting niet correct (is bijvoorbeeld alleen aan wanneer een even snelheidsstap is ingesteld).
CV29 bit 3
Het zal weinig voorkomen dat op de modelbaan zowel een digitale als een analoge rijspanning wordt gebruikt, meestal werkt de baan geheel digitaal. In dat geval kan bit 3 in CV29 het beste op 0 worden ingesteld.
CV29 bit 5
Bit 5 van CV29 is meestal 0. Zet dit bit alleen op 1 om een eigen snelheidskurve te gebruiken. Die moet dan wel tevoren worden ingesteld in CV-registers 67 t/m 81.
CV60 bit 2
CV-register 60 (in locdecoders LE-130 en LE-131) bevat een bit (bit 2) waarmee de ingebouwde zelftestfunctie kan worden geactiveerd. De zelftestfunctie is bij aankoop meestal ingeschakeld. Wanneer de baanspanning opkomt, voert de module eerst een zelftest uit (controle op kortsluiting motor en lampjes). Het resultaat van de zelftest kan worden bekeken in CV30 (bits 1 t/m 3). Wanneer de zelftest geen fouten oplevert, dan kan die het beste worden uitgeschakeld. Ik heb ervaren dat een loc anders tijdens gebruik af en toe plotseling stopt en pas weer gaat rijden nadat de rijspanning even van de baan is gehaald.


 
 
 

Overzicht van CV-registers in locdecoders

Opmerking over de nummering van de bits in een CV-register in onderstaande tabellen
Ik heb de nummering volgens Lenz aangehouden, en dat houdt in: het laagste bit is bit 1 en het hoogste bit (van een byte of 8-bits CV-register) is bit 8.
Volgens binaire telling wordt het laagste bit van een byte (8-bits getal of CV-register) aangeduid met bit 0 en het hoogste bit met bit 7.

 

Registers die altijd ingesteld moeten worden

CV-register Functie
1 Basisadres (0..99). Hier wordt het decoder-adres opgeslagen wanneer het kleiner is dan 100.
Een uitgebreid adres (100..9999) wordt in andere CV-registers opgeslagen (namelijk 17 en 18).
 
Gebruik met de Lenz handregelaar altijd DIR-mode om het adres te programmeren!
Een uitgebreid adres wordt op 2 andere CV-registers (CV 17 en 18) opgeslagen en het is lastig om dit handmatig uit te voeren. Bovendien moet bij keuze van een normaal of uitgebreid adres een bit in CV29 worden ingesteld. DIR-mode zorgt hier automatisch voor.
2 Minimale snelheid bij snelheidsstap 1. Het instelbereik verschilt per locdecoder, maar is vaak 1..15. Gebruik een waarde waarbij de loc net begint te rijden in snelheidsstap 1.
 
Met de Lenz handregelaar kan deze instelling makkelijk worden gewijzigd in DIR-mode bij STV.
3 Factor voor de optrekvertraging. Het instelbereik verschilt per locdecoder, de minimale waarde is 0 (geen optrekvertraging).
Stel tijdens het uitvoeren van de snelheids-ijkprocedure in Koploper dit CV-register altijd in op 0 voor betrouwbare resultaten. Na de ijking kan het register eventueel weer met een bepaalde factor worden geprogrammeerd, het optrekken van een trein door Koploper verloopt voor sommige locs dan wat gelijkmatiger.
 
Met de Lenz handregelaar kan deze instelling makkelijk worden gewijzigd in DIR-mode bij ACC.
4 Factor voor de remvertraging. Het instelbereik verschilt per locdecoder, de minimale waarde is 0 (geen remvertraging).
Bij sommige SOUNDLOK-decoders van ESU is het remgeluid alleen hoorbaar wanneer een factor ongelijk aan 0 wordt geprogrammeerd, bijvoorbeeld 4.
Voer nooit een te grote waarde in, omdat Koploper een trein pas bij het bereiken van een stopsectie volledig stil zet door de snelheid op 0 in te stellen. Wanneer in dit register een waarde ongelijk aan 0 staat, zal de trein nog even doorlopen en mogelijk pas tot stilstand komen in het aangrenzende blok of wisselstraat.
 
Met de Lenz handregelaar kan deze instelling makkelijk worden gewijzigd in DIR-mode bij DCC.
5 Factor voor de maximale snelheid waarmee de loc in de hoogste snelheidsstap rijdt. Het instelbereik verschilt per locdecoder.
Wanneer een loc te snel rijdt in de hoogste snelheidsstap dan kan de waarde in dit register worden verlaagd.
 
Met de Lenz handregelaar kan deze instelling makkelijk worden gewijzigd in DIR-mode bij MAX.
6 Factor voor de snelheid waarmee de loc halverwege de snelheidscurve rijdt.
Bedoeld om de standaard rijcurve aan te passen, bijvoorbeeld relatief geringe stapjes (slappe curve) bij lagere snelheden en grotere stappen (steile curve) bij hogere snelheden. Het instelbereik verschilt per locdecoder.
Een waarde 0 zorgt bij meerdere locdecoders voor een lineare snelheidscurve.
Bij oudere locdecoders van Lenz is dit register niet aanwezig.
 
Met de Lenz handregelaar kan deze instelling alleen worden gewijzigd in CV-mode.
7 en 8 Deze registers kunnen normaal alleen worden gelezen.
In CV8 staat de fabrikantcode van de decoder. Elke fabrikant heeft een eigen code. Zo heeft Lenz code 99 en ESU (Soundlok) code 151.
In CV7 staat het versienummer van de locdecoder en die is fabrikant-afhankelijk.
In het algemeen kan door lezen van deze beide CV's het fabrikaat en type van de locdecoder worden achterhaald.
 
Bij sommige decoders kunnen alle registers worden ingesteld op de fabrieksinstelling door een willekeurige waarde te schrijven in CV8.
 
Deze registers kunnen met de Lenz handregelaar alleen worden gelezen in CV-mode.
29 Met dit register kunnen verschillende functies worden ingesteld. Elk bit in dit register heeft een specifieke functie.
 
Bit 1 = 0: de rijrichting van de loc is normaal
Bit 1 = 1: de rijrichting van de loc wordt omgedraaid
 
Bit 2 = 0: de locdecoder wordt gebruikt met 14 of 27 snelheidsstappen
Bit 2 = 1: de locdecoder wordt gebruikt met 28 snelheidsstappen
 
Bit 3 = 0: de locdecoder wordt alleen gebruikt op een digitale baan
Bit 3 = 1: de locdecoder wordt ook gebruikt met een analoge rijspanning
 
Bit 4: niet gebruikt (altijd 0)
 
Bit 5 = 0: de standaard snelheidskurve wordt gebruikt
Bit 5 = 1: de zelf  geprogrammeerde snelheidskurve (in CV67 t/m CV80) wordt gebruikt 
 
Bit 6 = 0: het basisadres (in CV1) wordt gebruikt als adres van de decoder
Bit 6 = 1: het uitgebreide adres (in CV17 en CV18) wordt gebruikt als adres van de decoder
 
Bit 7: niet gebruikt (altijd 0)
Bit 8: niet gebruikt (altijd 0)
 
Dit register kan met de Lenz handregelaar alleen worden gewijzigd in CV-mode.
Gebruik altijd DIR-mode om het adres van een locdecoder te programmeren en wijzig nooit zelf bit 6 in CV29.
 
 

Lenz Silver-decoders

CV-register Functie
1 Basisadres (1..99). Hier wordt het decoder-adres opgeslagen wanneer het kleiner is dan 100. Een uitgebreid adres (100..9999) wordt in andere CV-registers opgeslagen (namelijk 17 en 18).
Het basisadres wordt alleen gebruikt wanneer Bit 6 (CV29) = 0.
Gebruik altijd DIR-mode om het (uitgebreide) adres te programmeren.
2 Minimale snelheid bij snelheidsstap 1 (0..255). Gebruik een waarde waarbij de loc net begint te rijden in snelheidsstap 1.
3 Factor voor de optrekvertraging (0..255).
4 Factor voor de remvertraging (0..255).
5 Factor voor de maximale snelheid waarmee de loc in de hoogste snelheidsstap rijdt (0..255). Wanneer een loc te snel rijdt in de hoogste snelheidsstap dan kan de waarde in dit register worden verlaagd. 
6 Factor voor de gemiddelde snelheid Instelling van de gemiddelde snelheid (0..255).
7 Versienummer van de decoder (kan alleen worden gelezen).
8 Fabrikantnummer (kan alleen worden gelezen en is altijd 99 voor Lenz).
9 Frequentiefactor van de pulsbreedte gemoduleerde motorsturing (0..63). Staat standaard ingesteld op 15 en moet alleen worden gewijzigd wanneer de motor niet goed loopt.
17 en 18 Uitgebreid adres (adres groter dan 99). In CV17 staat het hoge byte van het uitgebreide adres, in CV18 het lage byte.
Wordt alleen gebruikt wanneer Bit 6 (CV29) = 1.
Gebruik altijd DIR-mode om het (uitgebreide) adres te programmeren.
19 Multi-tractie adres (0..99)
29 Hier worden verschillende functies ingesteld.
Bit 1 = 0: de rijrichting van de loc is normaal
Bit 1 = 1: de rijrichting van de loc wordt omgedraaid
Bit 2 = 0: de locdecoder wordt gebruikt met 14 of 27 snelheidsstappen
Bit 2 = 1: de locdecoder wordt gebruikt met 28 of 128 snelheidsstappen
Bit 3 = 0: de locdecoder wordt alleen gebruikt op een digitale baan
Bit 3 = 1: de locdecoder wordt ook gebruikt met een analoge rijspanning
Bit 4: niet gebruikt (altijd 0)
Bit 5 = 0: de standaard snelheidskurve wordt gebruikt
Bit 5 = 1: de zelf  geprogrammeerde snelheidskurve (in CV67 t/m CV94) wordt gebruikt 
Bit 6 = 0: het basisadres (in CV1) wordt gebruikt als adres van de decoder
Bit 6 = 1: het uitgebreide adres (in CV17 en CV18) wordt gebruikt als adres van de decoder
Bit 7: niet gebruikt (altijd 0)
Bit 8: niet gebruikt (altijd 0)
Opmerking: Gebruik altijd DIR-mode om het (uitgebreide) adres te programmeren en wijzig niet zelf bit 6 in CV29.
30 Melding van fouten in aansluitingen van lampen en motor. Kan alleen worden gelezen. Alleen bits 1 en 3 hebben een functie.
Bit 1 = 0: geen fouten bij lamp-aansluitingen
Bit 1 = 1: kortsluiting in lamp-aansluitingen
Bit 3 = 0: geen fouten bij motor-aansluitingen
Bit 3 = 1: kortsluiting in motor-aansluitingen
33 t/m 46 Toekennen van een bedieningsfunctie F1 t/m F12 (mapping) aan de 4 functie-uitgangen van de decoder (de Silver-mini heeft slechts 2 functie-uitgangen!).
Functieuitgangen A en B van een decoder worden normaal gebruikt voor de frontverlichting. Functie-uitgangen C en D kunnen voor andere schakelfuncties worden gebruikt.
33 Functie F0 frontverlichting vooruit.
Standaard waarde = 8: gekoppeld aan Functieuitgang A
Waarde = 16: gekoppeld aan Functieuitgang B
Waarde = 32: gekoppeld aan Functieuitgang C
Waarde = 64: gekoppeld aan Functieuitgang D
34 Functie F0 frontverlichting achteruit.
Standaard waarde = 16: gekoppeld aan Functieuitgang B
Waarde = 8: gekoppeld aan Functieuitgang A
Waarde = 32: gekoppeld aan Functieuitgang C
Waarde = 64: gekoppeld aan Functieuitgang D
35, 36, 37 Resp. functie F1, F2, F3.
Waarde = 8: gekoppeld aan Functieuitgang A
Waarde = 16: gekoppeld aan Functieuitgang B
Waarde = 32: gekoppeld aan Functieuitgang C
Waarde = 64: gekoppeld aan Functieuitgang D
Standaard waarde voor CV35 = 32: gekoppeld aan Functieuitgang C
Standaard waarde voor CV36 = 64: gekoppeld aan Functieuitgang D
Standaard waarde voor CV37 = 0: niet gekoppeld met Functieuitgangen
38 t/m 42 Resp. functies F4, F5, F6, F7, F8.
Standaard waarde = 0: geen koppeling aan Functieuitgangen
Waarde = 8: gekoppeld aan Functieuitgang A
Waarde = 16: gekoppeld aan Functieuitgang B
Waarde = 32: gekoppeld aan Functieuitgang C
Waarde = 64: gekoppeld aan Functieuitgang D
43 t/m 46 Resp. functies F9, F10, F11, F12.
Deze functies kunnen alleen worden gekoppeld aan functie-uitgang D.
Standaard waarde = 0: geen koppeling aan Functieuitgang D
Waarde = 1: gekoppeld aan Functieuitgang D
50 Configuratie motor.
Bits 1..3: instelling type motor. Experimenteel bepalen op welke type-instelling een motor het beste loopt!
0 0 0: motor type 0
1 0 0: motor type 1
0 1 0: motor type 2
1 1 0: motor type 3
0 0 1: motor type 4
1 0 1: motor type 5

Bit 6 = 0: EMK-deler niet actief
Bit 6 = 1: EMK-deler actief
Bit 7 = 0: Motorregeling ingeschakeld
Bit 7 = 1: Motorregeling uitgeschakeld
Bit 8 = 0: Hoogfrequente motorsturing (23 kHz)
Bit 8 = 1: Laagfrequente motorsturing (19 Hz)
51 Instelling van remfuncties.
bit 1 = 1: constante remweg actief.
bit 2 = 1: ABC actief
bit 3 = 1: richtingsafhankelijke ABC is uitgeschakeld
bit 4 = 1: pendelbedrijf zonder tussenstop is actief
bit 5 = 1: pendelbedrijf met tussenstop is actief
bit 6 = 1: remmen wanneer gelijkspanning op de baan (alleen wanneer bit 3 van CV29 "0" is)
bits 7 en 8 niet gebruikt.
52 Remweg bij actieve constante remweg (0..255).
53 Factor voor langzaam rijden bij actieve ABC (0..255).
54 Stoptijd bij pendelbedrijf in seconden (0..255).
55 DIM-waarde van functieuitgangen A en C (0..255), indien deze voor verlichting wordt gebruikt. 255 geeft maximale helderheid.
56 DIM-waarde van functieuitgangen B en D (0..255), indien deze voor verlichting wordt gebruikt. 255 geeft maximale helderheid.
57 Functies 1 t/m 8 koppelen om DIMMEN van verlichting te (de)activeren.
Bit 1 = 1: Functie 1, bit 2 = 1: Functie 2, ..., bit 8 = 1: Functie 8.
58 Functies 1 t/m 8 koppelen om langzamere rangeersnelheid te (de)activeren.
Bit 1 = 1: Functie 1, bit 2 = 1: Functie 2, ..., bit 8 = 1: Functie 8.
Standaard ingesteld: F3.
59 Functies 1 t/m 8 koppelen om de ingestelde optrek/remvertraging te (de)activeren.
Bit 1 = 1: Functie 1, bit 2 = 1: Functie 2, ..., bit 8 = 1: Functie 8.
Standaard ingesteld: F4.
60 Speciale effecten voor Functieuitgangen A en B (standaard gebruikt voor frontverlichting van locs) instellen (0..255). Een tweecijferig getal invoeren: de eenheden van het getal bepalen het effect voor Functieuitgang A en de tientallen het effect voor Functieuitgang B, aldus:
0 = geen effect
1 = Marslicht
2 = Gyrolicht
3 = Strobe
4 = Dubbele strobe
61 Functies 1 t/m 8 koppelen om de ingestelde lichteffecten voor Functieuitgangen A en B (CV 60) te (de)activeren.
Bit 1 = 1: Functie 1, bit 2 = 1: Functie 2, ..., bit 8 = 1: Functie 8.
62 Speciale effecten voor Functieuitgangen C en D instellen (0..255). Een tweecijferig getal invoeren: de eenheden van het getal bepalen het effect voor Functieuitgang C en de tientallen het effect voor Functieuitgang D.
Mogelijkheden voor functieuitgang C:
0 = geen effect
1 = knipperen
2 = flikkeren type 1 (rustig)
3 = Dimmen met waarde uit CV 55
Mogelijkheden voor functieuitgang D:
0 = geen effect
1 = knipperen in dezelfde fase als Functieuitgang C
2 = knipperen in tegenfase als Functieuitgang C
3 = flikkeren type 2 (onrustig)
4 = flikkeren type 3 (zeer onrustig)
5 = Dimmen met waarde uit CV 55
63 Knipperfrequentie van Functieuitgangen C en D.
Volgens deze formule: de knipperfrequentie in Hz is
1 / (0,03 * (1 + inhoud van CV63))
64 Functies 1 t/m 8 koppelen om de ingestelde lichteffecten voor Functieuitgangen C en D (CV 62) te (de)activeren.
Bit 1 = 1: Functie 1, bit 2 = 1: Functie 2, ..., bit 8 = 1: Functie 8.
67 t/m 94 Hier kan een eigen snelheidscurve worden ingesteld. In CV67 wordt de waarde behorend bij snelheidsstap 1 geschreven, in CV94 wordt de waarde behorend bij snelheidsstap 28 (of 128) geschreven.
De eigen snelheidscurve wordt alleen gebruikt wanneer Bit 5 (in CV29) = 1.
113 Fijn-instelling bij keuze van motortype 4 of 5 in CV50. Hier: de minimale PWM-waarde van de regeling (0..255).
114 Fijn-instelling bij keuze van motortype 4 of 5 in CV50. Hier: de dutycycle van de regeling (0..255).
128 Servicenummer. Kan alleen worden gelezen.

 

Lenz locdecoders LE-130XF/LE-131XF, LE1014A/LE1014E, LE1024A/LE1024E, LE1025A/LE1025E, LE1035A/LE1035E

CV-register Functie
1 Basisadres (0..99). Hier wordt het decoder-adres opgeslagen wanneer het kleiner is dan 100. Een uitgebreid adres (100..9999) wordt in andere CV-registers opgeslagen (namelijk 17 en 18).
Het basisadres wordt alleen gebruikt wanneer Bit 6 (CV29) = 0.
Gebruik altijd DIR-mode om het (uitgebreide) adres te programmeren.
2 Minimale snelheid bij snelheidsstap 1 (1..10). Gebruik een waarde waarbij de loc net begint te rijden in snelheidsstap 1.
3 Factor voor de optrekvertraging (0..255).
4 Factor voor de remvertraging (0..255).
5 Factor voor de maximale snelheid waarmee de loc in de hoogste snelheidsstap rijdt (1..10). Wanneer een loc te snel rijdt in de hoogste snelheidsstap dan kan de waarde in dit register worden verlaagd. 
7 Hier staat het versienummer (kan alleen worden gelezen).
8 Hier staat het fabrikantnummer (kan alleen worden gelezen en is altijd 99 voor Lenz).
9 Frequentiefactor van de pulsbreedte gemoduleerde motorsturing. Staat standaard ingesteld op 10 en mag alleen worden gewijzigd wanneer de motor niet goed loopt.
17 en 18 Uitgebreid adres (adres groter dan 99). In CV17 staat het hoge byte van het uitgebreide adres, in CV18 het lage byte.
Wordt alleen gebruikt wanneer Bit 6 (CV29) = 1.
Gebruik altijd DIR-mode om het (uitgebreide) adres te programmeren.
19 Multi-tractie adres (0..99)
29 Hier worden verschillende functies ingesteld.
Bit 1 = 0: de rijrichting van de loc is normaal
Bit 1 = 1: de rijrichting van de loc wordt omgedraaid
Bit 2 = 0: de locdecoder wordt gebruikt met 14 of 27 snelheidsstappen
Bit 2 = 1: de locdecoder wordt gebruikt met 28 of 128 snelheidsstappen
Bit 3 = 0: de locdecoder wordt alleen gebruikt op een digitale baan
Bit 3 = 1: de locdecoder wordt ook gebruikt met een analoge rijspanning
Bit 4: niet gebruikt (altijd 0)
Bit 5 = 0: de standaard snelheidskurve wordt gebruikt
Bit 5 = 1: de zelf  geprogrammeerde snelheidskurve (in CV67 t/m CV94) wordt gebruikt 
Bit 6 = 0: het basisadres (in CV1) wordt gebruikt als adres van de decoder
Bit 6 = 1: het uitgebreide adres (in CV17 en CV18) wordt gebruikt als adres van de decoder
Bit 7: niet gebruikt (altijd 0)
Bit 8: niet gebruikt (altijd 0)
Opmerking: Gebruik altijd DIR-mode om het (uitgebreide) adres te programmeren en wijzig niet zelf bit 6 in CV29.
50 Hier worden verschillende functies ingesteld.
Bit 1: motorregeling ("cruise control", alleen van toepassing bij decoders met motorregeling !)
Bit 1 = 0: motorregeling is uitgeschakeld
Bit 1 = 1: motorregeling is ingeschakeld
Bit 2: niet gebruikt (altijd 0)
Bit 3 = 0: de loc rijdt door wanneer als baanspanning een analoge spanning wordt gebruikt (met een snelheid die afhankelijk is van de analoge spanning)
Bit 3 = 1: de loc remt af met de ingestelde remvertraging (in CV3) en stopt wanneer als baanspanning een analoge spanning wordt gebruikt
Bit 4: keuze drive select ("precision glide control" of "silent drive") (alleen van toepassing bij decoders met silent drive !)
Bit 4 = 0: precision glide control
Bit 4 = 1: silent drive
Overige Bits: niet gebruikt (altijd 0)
Opmerking: Bit 3 werkt alleen wanneer Bit 3 in CV29 op 0 is ingesteld.
51 Hier worden verschillende functies ingesteld.
Bit 1 = 0: de Functieuitgangen A en B werken afhankelijk van de rijrichting (dus normale werking frontlichten, in/uitschakelbaar via F0)
Bit 1 = 1: Functieuitgang A schakelt in/uit via F0, Functieuitgang B schakelt in/uit via F1
De overige bits hebben alleen betrekking op Functieuitgang A (meestal gebruikt als locverlichting in voorwaartse richting) !!
Bit 2 = 0: Dim-functie altijd ingeschakeld
Bit 2 = 1: Dim-functie kan in/uitgeschakeld worden met F1 (wanneer Bit 1 = 0) of met F4 (wanneer Bit 1 = 1)
Opmerking: de Dim-functie werkt alleen wanneer Bit 3 = 1 !!
Bit 3 = 0: Functieuitgang A kan niet gedimd worden
Bit 3 = 1: Functieuitgang A kan gedimd worden
Bit 4: niet gebruikt (altijd 0)
Bit 5 = 1: Speciaal lichteffect: "gyrolight"
Bit 6 = 1: Speciaal lichteffect: "marslight"
Bit 7 = 1: Speciaal lichteffect: "strobe"
Bit 8 = 1: Speciaal lichteffect: "double strobe"
Opmerking: de speciale lichteffecten werken alleen wanneer Bit 1 = 1; wanneer meer Bits op 1 zijn ingesteld, dan werkt het lichteffect bij het hoogste op 1 ingestelde bit.
52 Dim-waarde voor Functieuitgang A (0..255).
De verlichting brandt maximaal bij waarde 255, de verlichting is geheel uit bij waarde 0.
53 Hier worden verschillende functies ingesteld (wanneer een bit = 0 dan is de betreffende functie uitgeschakeld).
Bit 1 = 1: Functieuitgang C knippert (wanneer ingeschakeld)
Bit 2 = 1: Functieuitgang D knippert (wanneer ingeschakeld)
Bit 3 = 1: Speciaal lichteffect: "ditchlight": Functieuitgangen C en D knipperen afwisselend.
Bit 4 t/m 8: niet gebruikt (altijd 0)
54 Hier kan worden ingesteld via welke Functietoets (F1 t/m F8) Functieuitgang C kan worden in of uitgeschakeld. Wanneer "ditchlight" is ingeschakeld (Bit 3 van CV53 is dan 1) dan wordt die eveneens in/uitgeschakeld.
Bit 1 = 1: Functietoets F1
Bit 2 = 1: Functietoets F2
Bit 3 = 1: Functietoets F3
Bit 4 = 1: Functietoets F4
Bit 5 = 1: Functietoets F5
Bit 6 = 1: Functietoets F6
Bit 7 = 1: Functietoets F7
Bit 8 = 1: Functietoets F8
55 Hier kan worden ingesteld via welke Functietoets (F1 t/m F8) Functieuitgang D kan worden in of uitgeschakeld. Wanneer "ditchlight" is ingeschakeld (Bit 3 van CV53 is dan 1) dan wordt die eveneens in/uitgeschakeld.
De instelling is hetzelfde als bij CV54.
56 Knipperfrequentie van Functieuitgangen C en D.
Volgens deze formule: de knipperfrequentie in Hz is
(1 + inhoud van CV56) * (1 / 0,016)
57 Hier worden verschillende functies ingesteld.
Bit 1: niet gebruikt (altijd 0)
De overige bits hebben alleen betrekking op Functieuitgang B (meestal gebruikt als locverlichting in achterwaartse richting) !!
Bit 2 = 0: Dim-functie altijd ingeschakeld
Bit 2 = 1: Dim-functie kan in/uitgeschakeld worden met F1 (wanneer Bit 1 = 0) of met F4 (wanneer Bit 1 = 1)
Opmerking: de Dim-functie werkt alleen wanneer Bit 3 = 1 !!
Bit 3 = 0: Functieuitgang B kan niet gedimd worden
Bit 3 = 1: Functieuitgang B kan gedimd worden
Bit 4: niet gebruikt (altijd 0)
Bit 5 = 1: Speciaal lichteffect: "gyrolight"
Bit 6 = 1: Speciaal lichteffect: "marslight"
Bit 7 = 1: Speciaal lichteffect: "strobe"
Bit 8 = 1: Speciaal lichteffect: "double strobe"
Opmerking: de speciale lichteffecten werken alleen wanneer Bit 1 = 1; wanneer meer Bits op 1 zijn ingesteld, dan werkt het lichteffect bij het hoogste op 1 ingestelde bit.
58 Dim-waarde voor Functieuitgang B (0..255).
De verlichting brandt maximaal bij waarde 255, de verlichting is geheel uit bij waarde 0.
67 t/m 94 Hier kan een eigen snelheidscurve worden ingesteld. In CV67 wordt de waarde behorend bij snelheidsstap 1 geschreven, in CV94 wordt de waarde behorend bij snelheidsstap 28 (of 128) geschreven.
De eigen snelheidscurve wordt alleen gebruikt wanneer Bit 5 (in CV29) = 1.

 

Lenz locdecoders LE-130/LE-131

CV-register Functie
1 Basisadres (0..99). Hier wordt het decoder-adres opgeslagen wanneer het kleiner is dan 100. Een uitgebreid adres (100..9999) wordt in andere CV-registers opgeslagen (namelijk 17 en 18).
Gebruik altijd DIR-mode om het (uitgebreide) adres te programmeren.
2 Minimale snelheid bij snelheidsstap 1 (1..15). Gebruik een waarde waarbij de loc net begint te rijden in snelheidsstap 1.
3 Factor voor de optrekvertraging (0..15).
4 Factor voor de remvertraging (0..15).
5 Factor voor de maximale snelheid waarmee de loc in de hoogste snelheidsstap rijdt (1..10). Wanneer een loc te snel rijdt in de hoogste snelheidsstap dan kan de waarde in dit register worden verlaagd. 
7 Hier staat het versienummer (kan alleen worden gelezen).
8 Hier staat het fabrikantnummer (kan alleen worden gelezen en is altijd 99 voor Lenz).
9 Frequentiefactor van de pulsbreedte gemoduleerde motorsturing. Staat standaard ingesteld op 4. Kan worden gewijzigd wanneer de motor niet goed loopt.
29 Hier worden verschillende functies ingesteld.
Bit 1 = 0: de rijrichting van de loc is normaal
Bit 1 = 1: de rijrichting van de loc wordt omgedraaid
Bit 2 = 0: de locdecoder wordt gebruikt met 14 of 27 snelheidsstappen
Bit 2 = 1: de locdecoder wordt gebruikt met 28 snelheidsstappen
Bit 3 = 0: de locdecoder wordt alleen gebruikt op een digitale baan
Bit 3 = 1: de locdecoder wordt ook gebruikt met een analoge rijspanning
Bit 4: niet gebruikt (altijd 0)
Bit 5 = 0: de standaard snelheidskurve wordt gebruikt
Bit 5 = 1: de zelf  geprogrammeerde snelheidskurve (in CV67 t/m CV80) wordt gebruikt 
Bit 6 = 0: het basisadres (in CV1) wordt gebruikt als adres van de decoder
Bit 6 = 1: het uitgebreide adres (in CV17 en CV18) wordt gebruikt als adres van de decoder
Bit 7: niet gebruikt (altijd 0)
Bit 8: niet gebruikt (altijd 0)
Opmerking: Gebruik altijd DIR-mode om het (uitgebreide) adres te programmeren en wijzig niet zelf bit 6 in CV29.
30 Wanneer de zelftest-functie van de locdecoder is ingeschakeld (bit 2 van CV60 is 1), dan staat hier het resultaat van de zelftest.
Bit 1 = 1: een motor-aansluiting maakt sluiting met een een wielcontact
Bit 2 = 1: fout aan de lichtuitgang voor de voorwaartse richting
Bit 3 = 1: fout aan de lichtuitgang voor de achterwaartse richting
60 Hier worden verschillende functies ingesteld.
Bit 1 = 0: de "cruise control"-functie (motorregeling) is uitgeschakeld
Bit 1 = 1: de "cruise control"-functie (motorregeling) is ingeschakeld
Bit 2 = 0: de zelftestfunctie is uitgeschakeld
Bit 2 = 1: de zelftestfunctie is ingeschakeld
Bit 3 = 0: de loc rijdt door wanneer als baanspanning een analoge spanning wordt gebruikt (met een snelheid die afhankelijk is van de analoge spanning)
Bit 3 = 1: de loc remt af met de ingestelde remvertraging (in CV3) en stopt wanneer als baanspanning een analoge spanning wordt gebruikt
Overige Bits: niet gebruikt (altijd 0)
Opmerking: Bit 3 werkt alleen wanneer Bit 3 in CV29 op 0 is ingesteld.
67 t/m 81 Hier kan een eigen snelheidscurve worden ingesteld. In CV67 wordt de waarde behorend bij snelheidsstap 1 geschreven, in CV81 wordt de waarde behorend bij snelheidsstap 14 (of 28) geschreven.
De eigen snelheidscurve wordt alleen gebruikt wanneer Bit 5 (in CV29) = 1.

 
 
 

Decoders van andere fabrikanten

Het bovenstaande verhaal over inbouw van een decoder geldt voor alle locdecoders.
Alle DCC-compatibele decoders voorzien van een NEM connector kunen gebruikt worden. In principe kan een niet-Lenz decoder geprogrammeerd worden zoals alle DCC-decoders. Echter niet alle decoders kunnen op de gewone baanspanning worden geprogrammeerd.
 
Loksound-decoders
ESU levert Loksound-decoders die met geluidsfuncties zijn uitgerust. Het geluid van de motor (starten, stationair lopen, normaal rijden, stoppen) van de hoorns en eventuele andere geluidseffecten kunnen dan gebruikt worden en dat voegt werkelijk een extra dimensie toe !
De decoders zijn uitgerust met een motorregeling en een hoogfrequente (dus fluisterstille) aansturing van de motor in de loc.
Het geluid in Loksound-decoders kan opnieuw worden geprogrammeerd. Daarvoor is een speciale programmer van ESU nodig en een programma dat gratis kan worden gedownload.


ESU levert ook decoders zonder geluid. Voor DCC-systemen is het type Lokpilot DCC bedoeld. Dit is een volledig afgeschermde decoder die is voorzien van motorregeling, stille aandrijving en de gangbare lichteffecten.
De decoder heeft n probleem: zodra de stroomvoorziening ook maar even wegvalt (bijvoorbeeld op wissels) stopt de trein abrupt en start weer op vanaf snelheid 0. Op www.lokwelt.de (kijk bij Elektronik) zag ik de volgende oplossing: een voedingsbuffer aanbrengen op de decoder. Let erop dat de garantie op de decoder vervalt wanneer deze wordt gemodificeerd!


Klik Zie hier voor meer informatie over loc-decoders van ESU.


Website gertvanvoorst.nl - © Gert van Voorst - Gewijzigd op 21-3-2017.