Mijn Modelspoorbaan: treinprojecten

Gebruik van de Tams FD-R functiedecoder

Inleiding
Tams levert de goedkope functiedecoder type FD-R. De decoder kost ongeveer EUR 10.
Kenmerken van de decoder: compact (ca. 13 x 10 x 5 mm), 2 programmeerbare functie-uitgangen met elk een maximale stroom van 100 mA, geschikt voor zowel DCC als Motorola, onder DCC ook met uitgebreid adres te programmeren, onder DCC ook programmeerbaar met POM (dus via de baanspanning) en voorzien van RailCom-zender.


 
De bovenzijde en onderzijde van de Tams FD-R decoder.
Soldeerpunten X1 en X2 zijn de functie-uitgangen AUX2 resp. AUX1, X3 is de 0V-aansluiting ingeval een extra condensator wordt aangesloten, X4 en X5 zijn de rail-aansluitingen (voor de voeding) en X6 is de retourleiding voor de functies.

 
 
Draden solderen op de functiedecoder
De goedkoopste uitvoering van de functiedecoder wordt zonder aansluitdraden geleverd.
Die moeten dus zelf worden gesoldeerd en dat vereist een vaste hand n een dunne soldeerboutpunt want het printplaatje is erg klein en dat geldt ook voor de soldeerpunten. Gebruik montagedraad met een dunne kern, bijvoorbeeld het zogenaamde wirewrap draad.
 
 
Testopstelling om te kunnen programmeren
De functiedecoder FD-R van Tams moet vr de inbouw in een loc of rijtuig worden geprogrammeerd en dat vereist dat er aansluitdraden met de decoder zijn verbonden n dat er tijdelijk twee gloeilampjes (van 16 Volt / 50 milliAmp) worden aangesloten op de functie-uitgangen.
Dan kan de test-opstelling worden verbonden met de programmeer-aansluitingen van de gebruikte digitale centrale, in mijn geval de Lenz digtal centrale en kan het programmeren starten.
 
 
De testopstelling van de Tams FD-R om deze te kunnen programmeren. De draden J en K worden aangesloten op de baanspanning of op de programmeer-aansluitingen van de digitale centrale. Op elke functie-uitgang is een lampje (16 V / 50 mA) aangesloten. De gemeenschappelijk aansluiting van beide lampjes is aangesloten op de retour-leiding voor functies.

 
 
Test met baanspanning
Voor de eerste functionele test worden de voedingsdraden J en K aangesloten op de baanspanning.
Stel met de handregelaar adres 3 in. Wanneer de verlichting wordt ingeschakeld met F0 zal n van beide gloeilampjes oplichten. Na wisselen van de rijrichting gaat het andere lampje aan.
De functiedecoder is af fabriek geprogrammeerd op adres 3 en met de standaard rijrichtings-afhankelijke verlichtingsfunctie via functie F0 en dat kan op deze wijze eenvoudig worden gecontroleerd.
 
 
Programmeren
Nu worden de voedingsdraden J en K aangesloten op de programmeerspanning van de digitale centrale.
Start het programmeren met behulp van de handregelaar en kies CV-mode.
Vraag adres 1 op... en de kans is groot dat er een foutcode verschijnt: ERR02.
Dat komt volgens Tams omdat RailCom standaard is aangeschakeld en dat verhindert het kunnen uitlezen van CV's in programmeermode. Het is daarom zaak om RailCom eerst uit te schakelen.
Ik gebruik geen RailCom (en programma Koploper kan er al helemaal niet mee overweg) en dus mag Railcom wat mij betreft altijd uitgeschakeld blijven.
Kies CV 29 en programmeer de waarde 2 (betekenis: normale rijrichting, 28 of 128 rijstappen, geen functie op analoge spanning, geen railcom en adres kleiner dan 128 in CV1). Negeer de foutcode ERR02. Haal de programmeerspanning even los van n van beide draden J of K en sluit deze weer aan. f stop programmeermode en herstart deze weer.
Nu kunnen in CV-mode alle registers worden uitgelezen wat het programmeren en vooral de controle op correct programmeren een stuk eenvoudiger maakt.
 
Programmeren in DIR-mode met de Lenz-handregelaar is ook mogelijk nadat RailCom via CV29 is uitgezet. Zo kan ook een uitgebreid adres (groter dan 127) makkelijk worden geprogrammeerd.
 
Zodra het basisadres of uitgebreide adres is geprogrammeerd, kan de functiedecoder met de Lenz handregelaar ook in POM-mode worden geprogrammeerd, dat wil zeggen terwijl de decoder op de baanspanning JK is aangesloten. Nadeel: het is niet mogelijk om de geprogrammeerde waarde te controleren. Voordeel: het resultaat van de actie is direct zichtbaar of kan direct worden gebruikt.
 
 
Gebruik van de functiedecoder
Het aansluiten van de Tams functiedecoder is tamelijk eenvoudig omdat de decoder slechts twee functie-uitgangen (AUX1 en AUX2) heeft, die een aangesloten belasting (bijvoorbeeld een gloeilampje) naar 0 Volt schakelen. Door elke uitgang mag maximaal 100 mA stroom lopen.
De volgende twee schema's komen uit de handleiding die wordt meegeleverd met de decoder.
Het bovenste schema toont de meest gangbare aansluiting waarbij de gemeenschappelijke aansluiting van de lampjes met de retourleiding (de plus-aansluiting, bij decoders normaal de blauwe draad) wordt verbonden. De eveneens getekende elektrolytische condensator (van bijv. 100 uF/25 V) kan worden gebruikt om een onderbroken voedingsspanning ten gevolge van slechte wielcontacten te overbruggen.
Het onderste schema wordt gebruikt wanneer lampjes worden aangesloten die aan n zijde zijn verbonden met het chassis van een voertuig.
 
 
Aansluitschema's van de TAMS functiedecoder.
Let op! Dit plaatje heb ik overgenomen uit de handleiding van TAMS. De uitgangen AUX1 en AUX2 blijken echter net andersom te zitten, en in het bovenste schema heb ik dat aangegeven.
Hier heb ik met de gekleurde cirkeltjes ook de normaal gebruikte draadkleur aangegeven van de kabel aan een NEM-stekker. Aansluiting X3 is nooit beschikbaar op een NEM-stekker.

 
 
CV-registers in de Tams FD-R functiedecoder
In onderstaande tabel worden alleen de belangrijkste CV-registers besproken voor gebruik onder DCC.
Op RailCom-functies en het gebruik onder Motorola wordt niet ingegaan (want daar weet ik niets van af).
 

CV-registerFunctie
1Basisadres van de functiedecoder (1 .. 127). Voor grotere adressen moeten de CV's 17, 18 en 29 worden aangepast.
7Versie van de decoder lezen.
8Fabrikant-code lezen. Na willekeurig schrijven: reset naar de fabrieksinstellingen.
17, 18Hoge byte en lage byte van het uitgebreide adres (128 .. 9999).
Zie ook de opmerking onderaan deze tabel.
19Consistadres (1 .. 127)
29Configuratie data 1.
Bit 0 = 0: rijrichting standaard
Bit 0 = 1: rijrichting inverteren
Bit 1 = 0: 14 rijstappen
Bit 1 = 1: 28 of 128 rijstappen
Bit 2 = 0: Analoogherkenning uit
Bit 2 = 1: Analoogherkenning aan
Bit 3 = 0: Railcom uit
Bit 3 = 1: Railcom aan
Bit 5 = 0: Basisadres in CV1
Bit 5 = 1: Uitgebreid adres in CV17/18
33Functie aan bij F0 vooruit.
bit 0 = 1: AUX1; bit 1 = 1: AUX2
34Functie aan bij F0 achteruit.
bit 0 = 1: AUX1; bit 1 = 1: AUX2
35Functie aan bij F1.
bit 0 = 1: AUX1; bit 1 = 1: AUX2
36Functie aan bij F2.
bit 0 = 1: AUX1; bit 1 = 1: AUX2
37Functie aan bij F3.
bit 0 = 1: AUX1; bit 1 = 1: AUX2
38Functie aan bij F4.
bit 0 = 1: AUX1; bit 1 = 1: AUX2
39Functie aan bij F5.
bit 0 = 1: AUX1; bit 1 = 1: AUX2
40Functie aan bij F6.
bit 0 = 1: AUX1; bit 1 = 1: AUX2
41Functie aan bij F7.
bit 0 = 1: AUX1; bit 1 = 1: AUX2
42Functie aan bij F8.
bit 0 = 1: AUX1; bit 1 = 1: AUX2
43Functie aan bij F9.
bit 0 = 1: AUX1; bit 1 = 1: AUX2
44Functie aan bij F10.
bit 0 = 1: AUX1; bit 1 = 1: AUX2
45Functie aan bij F11.
bit 0 = 1: AUX1; bit 1 = 1: AUX2
46Functie aan bij F12.
bit 0 = 1: AUX1; bit 1 = 1: AUX2
49Dimmen van uitgang AUX1.
Getalbereik: 1 .. 64. (1 laagste, 64 maximale spanning).
50Dimmen van uitgang AUX2.
Getalbereik: 1 .. 64. (1 laagste, 64 maximale spanning).
53Richtingsafhankelijkheid van uitgang AUX1/F1.
0 = richtingsonafhankelijk
1 = uitgang bij vooruit uit
2 = uitgang bij achteruit uit
16 = Rangeerlicht bij F3
32 = Rangeerlicht bij F4
54Richtingsafhankelijkheid van uitgang AUX2/F2.
0 = richtingsonafhankelijk
1 = uitgang bij vooruit uit
2 = uitgang bij achteruit uit
16 = Rangeerlicht bij F3
32 = Rangeerlicht bij F4
61Impulsduur van knipperlicht op AUX1.
Getalbereik: 0 .. 255. (0 = uit, 128 = gelijkmatig knipperen, 255 = continu aan)
62Impulsduur van knipperlicht op AUX2.
Getalbereik: 0 .. 255. (0 = uit, 128 = gelijkmatig knipperen, 255 = continu aan)
112Knipperfrequentie van AUX1 en AUX2.
Getalbereik: 10 .. 255. (10 = hoogste frequentie, 255 = laagste frequentie)

 
 
Opmerking 1
Een uitgebreid adres handmatig programmeren in CV17 en CV18.
Deel het gewenste adres (in het bereik 128 .. 9999) door 256. Neem het gehele getal van de uitkomst (alleen de cijfers links van de komma) en tel hierbij op 192. De uitkomst komt in CV17.
Neem vervolgens het gewenste adres modulo 256, dit getal komt in CV18 (modulo 256 betekent: trek van het gewenste adres af: 256 vermenigvuldigd met het gehele getal na de deling van het gewenste adres door 256).
 
Zo kan het ook: bepaal de hexadecimale waarde van het gewenste adres en geef dat weer in 4 hexadecimale cijfers.
Bepaal de decimale waarde van de hoogste 2 hexadecimale cijfers en tel hierbij op 192. Dit komt in CV17.
Bepaal de decimale waarde van de laagste 2 hexadecimale cijfers. Dit komt in CV18.
 
Let op! De decoder gebruikt alleen het uitgebreide adres in CV17/18 wanneer bit 5 in CV29 op 1 is ingesteld!
 
 
Opmerking 2
Fabrieksinstellingen:
Basisadres (in CV1) op 3.
De functie-uitgangen AUX1 en AUX2 werken afhankelijk van de rijrichting met functie F0 (CV33 = 1, CV34 = 2).
Railcom aan (CV29 bit 3 = 1).
 
 
Opmerking 3
Voorbeeld: de functie-uitgangen AUX1 en AUX2 schakelen alleen met F7 en F8.
CV33 en CV34 op 0 in stellen om de rijrichtings-afhankelijke werking via F0 uit te schakelen.
CV41 op 1 instellen: AUX1 werkt met F7.
CV42 op 2 instellen: AUX2 werkt met F8.


Website gertvanvoorst.nl - © Gert van Voorst - Gewijzigd op 28-6-2012.